Leiderschap & Team

Waarom nieuwe leidinggevenden vertrouwen verspelen

· 5 min leestijd

Je wordt leidinggevende en de eerste weken lijken op rolletjes te lopen. Iedereen is beleefd, niemand spreekt tegen, de vergaderingen verlopen soepel. Dan, ergens rond week zes, merk je het: mensen delen minder. Er komt geen tegenspraak meer, alleen nog knikken. Onderzoek van Harvard Business Review laat zien dat dit patroon voorspelbaar is, en dat het bijna altijd drie dezelfde oorzaken heeft. Niet slecht leiderschap, maar goedbedoeld gedrag dat averechts werkt.

Waarom de eerste honderd dagen zoveel bepalen

De periode waarin een team besluit of het je vertrouwt, is korter dan je denkt. Uit meerdere onderzoeken naar leiderschapswissels blijkt dat medewerkers binnen de eerste maanden al een oordeel vellen over of een nieuwe leidinggevende competent en betrouwbaar is. Dat oordeel is daarna lastig bij te stellen. Niet omdat mensen koppig zijn, maar omdat een eerste indruk als filter gaat werken: alles wat je daarna doet, wordt erdoorheen beoordeeld.

Dat maakt de eerste honderd dagen zwaarder dan ze op papier lijken. Je moet resultaten laten zien, maar niet te hard van stapel lopen. Je moet gezag tonen, maar niet de indruk wekken dat je alles al beter weet. Die balans is precies waar het misgaat, en meestal op drie herkenbare manieren.

Je blijft meekijken over de schouder van je team

De meest voorkomende val: je bent leidinggevende geworden omdat je ergens heel goed in was, en dat laat je niet los. Je checkt het werk van je team op details die vroeger jouw taak waren. Dat voelt behulpzaam, maar je team leest het anders: hij vertrouwt ons niet. Wil je hier echt vanaf, lees dan ook ons artikel over de kunst van het delegeren, want het probleem zit zelden in het delegeren zelf, maar in wat je daarna doet: constant terugkomen op iets dat je al hebt weggegeven.

Beter werkt het om vooraf duidelijk te maken waarop je wel en niet zult bijsturen, en je daar dan ook echt aan te houden. Stel liever de vraag "wat heb je nodig van mij" dan dat je ongevraagd meekijkt. Dat geeft je team de ruimte om het op hun eigen manier te doen, en dat is precies waar vertrouwen ontstaat.

Je doet nog alsof je gewoon een collega bent

Bij intern doorgegroeide leidinggevenden speelt een ander patroon. Je was tot vorige maand nog gewoon collega van je team, at samen lunch, klaagde samen over deadlines. Nu doe je alsof daar niets aan veranderd is, uit angst om afstandelijk over te komen. Het tegenovergestelde gebeurt: je team weet niet meer waar ze aan toe zijn, want de rollen zijn wel degelijk veranderd, ook al gedraag jij je nog hetzelfde.

De oplossing is niet plotseling formeel worden, maar er wel expliciet over praten. Ga los met iedereen in gesprek: wat verandert er wel, wat blijft hetzelfde. Die duidelijkheid werkt geruststellender dan doen alsof er niets gebeurd is. Emotionele intelligentie in leiderschap draait precies om dit soort gesprekken durven voeren in plaats van ze te vermijden.

Je speelt zelfverzekerd in plaats van het te worden

De derde valkuil is subtieler. Nieuwe leidinggevenden voelen zich vaak onzeker, maar denken dat ze zekerheid moeten uitstralen om geloofwaardig over te komen. Ze praten harder, twijfelen niet hardop, geven op elke vraag meteen een antwoord. Precies dat gedrag ondermijnt vertrouwen, want het komt geforceerd over en je team merkt het verschil tussen echte overtuiging en toneelspel feilloos.

Vertrouwen bouw je juist op door kwetsbaar te durven zijn. Vraag je team letterlijk waar je op moet letten in je aanpak, waar je nu al steken laat vallen. Dat voelt tegenintuïtief als je net het gezag over een team hebt gekregen, maar wie vragen durft te stellen, wordt sneller serieus genomen dan wie doet alsof hij alles al weet.

Zo geef je jezelf structuur in plaats van chaos

Wat helpt is een concreet plan voor die eerste periode, in plaats van improviseren op gevoel. Begin met luisteren: individuele gesprekken met elk teamlid voordat je zelf een koers uitzet. Zoek daarna twee of drie kleine, zichtbare verbeteringen die je snel kunt realiseren, zodat je team ziet dat je niet alleen praat maar ook doet. Bewaar de grotere veranderingen tot je het team en de organisatie echt kent, meestal pas na die eerste honderd dagen.

Wie een team wil opbouwen dat ook op langere termijn blijft functioneren, moet die fundering in het begin leggen. In ons artikel over het opbouwen van een winnend team lees je hoe die eerste fase doorwerkt in de rest van de samenwerking. Vertrouwen dat je in het begin verspeelt, kost je maanden om terug te winnen, vertrouwen dat je opbouwt, werkt daarna in je voordeel bij elke lastige beslissing.

Dit is wat je morgen anders doet

Je hoeft niet te wachten tot week zes om te merken dat het misgaat. Kijk deze week terug: heb je nog gecorrigeerd op iets dat je had gedelegeerd, heb je uitgesteld om helder te zijn over je nieuwe rol, of heb je een antwoord gegeven terwijl je eigenlijk twijfelde? Wie dat eerlijk bij zichzelf nagaat, kan bijsturen voordat het patroon vastligt. Vertrouwen bouw je niet op met één groot gebaar, maar met de optelsom van kleine, eerlijke momenten in die eerste maanden waarin je team nog aan het uitzoeken is wie je bent als leidinggevende.

M
Geschreven door Marijn ter Horst Ondernemen redacteur

Marijn schrijft over ondernemen vanuit ervaring, niet vanuit theorie. Twee bedrijven, talloze fouten en nog meer geleerde lessen vormen de basis van alles wat hij publiceert. Hij begon op zijn twintigste met een webshop die na acht maanden failliet ging, en beschouwt dat als het beste wat hem ooit is overkomen. Zijn tweede onderneming, een consultancybureau, draait inmiddels zes jaar en heeft hem geleerd dat succes vooral bestaat uit volhouden als het tegenzit. Zijn artikelen zijn de mentor die hij zelf had willen hebben: eerlijk, praktisch en zonder de inspirational quotes die je op Instagram tegenkomt. Als je Marijn vraagt naar zijn belangrijkste ondernemerstip, zegt hij altijd hetzelfde: bewaar je bonnetjes.